Reducing the morbidity associated with treatment of vulvar cancer

RR 2018 06 Reducing The Morbidity Associated With Treatment Of Vulva Cancer
PDF – 431,8 KB 70 downloads

Onderzoekers:

Dr. Anne-Floor Pouwer en Dr. Joanne de Hullu
Arts-onderzoeker Gynaecologische Oncologie

Schaamlipkanker wordt  ook wel vulvakanker genoemd omdat het naast de binnenste en buitenste schaamlippen ook uit andere uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen kan ontstaan, zoals de clitoris, de overgang van schaamlippen naar de vagina of de overgang van de schaamlippen naar de anus. 
Schaamlipkanker is ongeveer 2 tot 5% van alle gynaecologische kankers. Het meest voorkomende soort vulvakanker is het plaveiselcelcarcinoom, dat uitgaat van de opperhuid. Een operatie is het belangrijkste onderdeel van de behandeling.

Het onderzoek richt zich op vrouwen met vulvakanker. Ten eerste willen de onderzoekers proberen de ontstaanswijze van vulvakanker beter te begrijpen. Ten tweede hopen de onderzoekers de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen in
de lies te kunnen voorspellen. Beide met het doel de behandeling te verbeteren met minder nadelige gevolgen voor vrouwen die de behandeling ondergaan.

Uit eerdere studies van onze onderzoeksgroep is gebleken dat er twee verschillende routes zijn waardoor het plaveiselcelcarcinoom van de vulva kan ontstaan:

·         Route 1: veroorzaakt door een infectie met het humane papilloma virus (HPV)

·         Route 2: niet veroorzaakt door HPV, vaak bij vrouwen met lichen sclerosis (LS), een chronische huidaandoening

De route via HPV komt vaker voor bij jongere vrouwen en heeft een betere overleving in vergelijking tot de route die niet veroorzaakt wordt door HPV.
Ondanks deze verschillen worden beide types hetzelfde behandeld. Meer kennis over de twee routes van vulvakanker kan ons mogelijk helpen de behandeling meer te individualiseren.

De standaard behandeling voor vulvakanker bestaat uit een operatie waarbij de tumor op de vulva en de lymfeklieren in de liezen worden verwijderd. De operatie van de lies kan of een schildwachtklierprocedure zijn (alleen de eerste klier wordt verwijderd), of alle lymfeklieren worden verwijderd (liesklierdissectie). De keuze hierin hangt af van een aantal tumorkenmerken. De liesklierdissectie heeft veel meer korte- en langetermijneffecten dan de schildwachtklierprocedure. Na deze operatie treedt namelijk bij ongeveer 70% van de vrouwen een complicatie op. Om deze reden wil je de liesklierdissectie zoveel mogelijk voorkómen. Met deze studie willen de onderzoekers deze lange- en korte-termijneffecten verminderen. Zij hopen beter en veilig te kunnen voorspellen bij welke
vrouwen geen uitzaaiingen in de lies aanwezig zijn. Bij deze groep zou je dan een operatie van de liesklieren achterwege kunnen laten. De onderzoekers denken dat  de twee types vulvakanker een verschillend biologisch gedrag hebben maar tot nu toe wordt er geen verschil gemaakt in behandeling. In dit onderzoek willen de onderzoekers uitgebreid zoeken naar afwijkingen (mutaties) en signaaltransductie routes in de twee types vulvakanker. Daarnaast onderzoeken zij  verschillen in tumoren van vrouwen met en zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren. Op basis van de verschillen in mutaties en signaaltransductie routes hopen zij het biologische gedrag van de twee typen kankers beter kunnen voorspellen. Als toekomstig resultaat kan de behandeling dan meer worden geïndividualiseerd. Vulvakanker is een ziekte die na behandeling bij 43% van de vrouwen binnen tien jaar terugkomt op de vulva. Bij al deze vrouwen is een liesklierdissectie nodig als ze die bij de eerste behandeling nog niet hebben ondergaan (toen bijvoorbeeld alleen een schildwachtklierprocedure). Het is onbekend hoe vaak bij vrouwen waarbij de tumor op de vulva is
teruggekomen een uitzaaiing in de lies aanwezig is, en bij welke groep  vrouwen dit vaker voorkomt. In dit onderzoek willen de onderzoekers vaststellen hoe vaak er een uitzaaiing in de lies aanwezig is op het moment van het terugkomen van de tumor op de vulva. Daarnaast gaan ze de vrouwen waarbij de tumor op de vulva is teruggekomen verdelen in een groep mét en
zónder een uitzaaiing in de lies. Dit om te bekijken of bepaalde factoren (zoals kenmerken van kankercellen) in de ene groep vaker vóórkomen dan bij de andere groep. Aan de hand van de verschillende factoren  kunnen de onderzoekers voorspellen welke vrouwen een laag- en welke een hoog-risico hebben op uitzaaiing in de lies. Met de uitkomsten van deze studie kunnen in de toekomst vrouwen beter voorgelicht worden en de best mogelijke behandeling krijgen. Tevens is deze informatie zeer waardevol om in de
toekomst nieuwe behandelingen te onderzoeken, die bijdragen om de liesklierdissectie alleen uit te voeren bij vrouwen waarbij deze operatie daadwerkelijk de overleving zal verbeteren.